terug naar overzicht

Convenant Enterische emissies rundvee

04 april 2019
 

Zestien partners uit de brede agrovoedingsketen hebben in de proefstal voor melkvee van het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO) het convenant Enterische emissies rundvee ondertekend. Daarmee engageren ze zich om de methaanemissies door rundvee tegen 2030 te verminderen met 0,44 Mton CO2-equivalenten (-19%) ten opzichte van 2005. De maximale uitstoot van enterische emissies zal dan 1,9 Mton CO2-equivalent bedragen. Voor land- en tuinbouw wordt in het Vlaams Klimaatbeleidsplan een 26 procent lagere broeikasgasuitstoot beoogt. Dit convenant focust op een reductie van de methaanemissie bij herkauwers.

Het convenant geeft een invulling aan de taakstelling uit het Vlaams Klimaatbeleidsplan 2021-2030, dat aangeeft welke bijdrage Vlaanderen levert aan de realisatie van de Belgische emissiereductiedoelstelling. In navolging van het Akkoord van Parijs uit 2015, waarin wordt vooropgesteld om de klimaatopwarming te beperken tot 2°C boven het pre-industriële niveau en te streven naar een maximale opwarming van 1,5°C, heeft de Europese Unie namelijk aan alle lidstaten bindende reductiedoelstellingen voor 2030 opgelegd. Voor België bedraagt die reductiedoelstelling -35 procent in 2030 ten opzichte van 2005.

In het Vlaams Klimaatbeleidsplan 2021-2030 wordt specifiek voor land- en tuinbouw een broeikasgasreductie met 26 procent beoogd. Die doelstelling is onderverdeeld in subdoelstellingen voor onder meer energetische emissies, enterische emissies, emissies ten gevolge van mestmanagement en bodememissies. En voor enterische emissies (d.i. uitstoot van het broeikasgas methaan door de verteringsprocessen van gedomesticeerde en wilde herkauwers, zoals runderen, schapen, geiten, herten …) wordt dus een reductie van 0,44 Mton CO2-equivalent vooropgesteld.

Het convenant dient als instrument om de vooropgestelde taakstelling te behalen en in te vullen met werkbare en technisch, economisch en functioneel haalbare maatregelen. Dit in een samenwerking tussen de Vlaamse overheid en de partners, via marktgerichte en -gestuurde initiatieven, aangevuld met sensibiliserend en stimulerend overheidsbeleid (onder meer via het nieuwe gemeenschappelijke landbouwbeleid).

“Ik ben heel blij en fier dat de Vlaamse landbouwsector volop inzet op innovatie en sterk gelooft in technologische hulpmiddelen om een bijdrage te leveren aan de strijd tegen de klimaatproblematiek”, vertelde Vlaams minister van Omgeving, Natuur en Landbouw Koen Van den Heuvel bij de ondertekening van het convenant. “Het is een hele uitdaging, maar dit convenant reikt de oplossing aan. Via deze ketenbenadering streven we naar een geïntegreerde aanpak voor het reduceren van de uitstoot van broeikasgassen. De maatschappij verwacht actie, en met dit convenant werken we samen naar concrete oplossingen.”

Om maatregelen uit te rollen in de sector richt het convenant meerdere thematische werkgroepen op, met name rond het verbeteren van veestapel- en diermanagement op bedrijfsniveau, voedermanagement, genetica en selectie en de monitoring en borging van de maatregelen. Dit laatste om ervoor te zorgen dat de geleverde inspanningen goed vertaald kunnen worden naar de emissie-inventaris broeikasgassen, de inventaris die de Vlaamse overheid hanteert om de broeikasgasuitstoot te rapporteren. Er wordt tevens ingezet op onderzoek.

De ondertekenende partners komen uit verschillende schakels van de agrovoedingsketen: de landbouworganisaties (Algemeen Boerensyndicaat, BioForum, Boerenbond, Groene Kring, Vlaams Agrarisch Centrum), specifieke sectororganisaties voor zuivel- en vleesvee (Belgische confederatie van de Zuivelindustrie (BCZ), Belbeef, Coöperatie voor Rundveeverbetering (CRV), de Federatie voor het Belgisch Vlees (FEBEV)), de mengvoederfabrikanten onder de noemer van de Belgian Feed Association (BFA), de federatie van toeleveranciers van machines, gebouwen en uitrustingen (Fedagrim) en verschillende entiteiten van de Vlaamse overheid.

Jaarlijks zal het convenant geëvalueerd worden voor wat betreft de uitvoering van het actiekader en de maatregelen, en vanaf 2021 tweejaarlijks voor wat betreft de behaalde broeikasgasreductie. In 2025 wordt de behaalde reductie afgetoetst aan de doelstelling en wordt bepaald of er bijkomende maatregelen nodig zijn.

Bron: Vlaams Infocentrum Land en Tuinbouw

terug naar overzicht

Mis niets en volg onze nieuwste projecten!

  • Steeds de laatste updates
  • Innovaties tot cases
  • Gratis E-books